In een eerder stuk schreef ik hoe we bij RTV Noord begonnen met AI: niet met tools, maar met een framework en ambassadeurs. In een ander schreef ik hoe we ons voorbereidden op de transparantieplicht van de AI Act. Dit verhaal gaat over een vraag waar ik zelf nog niet uit ben.
We onderzoeken bij het AI-Lab de aanmaak van een algehele kennisbank. Kort gezegd: een plek waar de kennis van de organisatie samenkomt, zodat onze eigen AI-toepassingen betere antwoorden geven. Geen algemene antwoorden van het internet, maar antwoorden die kloppen met hoe het bij ons werkt. Maar hoe verder we komen, hoe vaker één vraag terugkomt. Als de organisatie slimmer wordt van de kennis van medewerkers, wie beschermt dan de medewerker?
Het second brain werkt
Mijn socialemediatijdlijn staat er vol mee. Bijna elke dag schuift er wel iemand voorbij met dezelfde tip: gebruik AI als je ‘second brain’. Voed het met alles wat je weet, leest, denkt en meemaakt, en het denkt voortaan met je mee.
En ik doe het zelf al, klein. Mijn werk zit in een set losse tekstbestanden die aan elkaar gelinkt zijn: projecten, afspraken, aantekeningen, met de context ertussen. AI leest daarin mee en snapt daardoor waar ik mee bezig ben. Komt er een taak steeds terug, zoals het opstellen van een agenda voor een overleg, dan maak ik daar een vaste routine van, een ‘skill’, die de AI voortaan zelf oppakt. Het werkt, en het scheelt me echt tijd.
En het is niet alleen mijn ervaring. Geef een AI de juiste context en de antwoorden worden aantoonbaar beter, en dat is ook gemeten. Onderzoek van Stanford naar juridische AI liet zien dat een model met een echte kennisbank eronder minder verzint dan een kaal model. Een wondermiddel is het niet, want hallucinaties verdwijnen niet helemaal, maar het helpt.
Al zou je dat niet zeggen als je sommige AI-providers hoort. Die verkopen hun kennislaag als ‘hallucinatievrij’. Dat is het zeker nog niet, maar ze bouwen hard door. OpenAI koppelt AI aan al je werk-apps. Anthropic geeft Claude een geheugen dat, in hun eigen woorden, ‘your team’s processes, client needs, project details, and priorities’ onthoudt. Microsoft noemt zijn nieuwe laag Work IQ ‘the intelligence layer behind Microsoft 365 Copilot (...) that helps Copilot understand you, your job, and your company’, en legt daarmee je ‘stijl, voorkeuren, gewoontes en werkwijzen’ vast. Van jou, naar je team, naar je bedrijf. Dat is niet je mailarchief. Dat ben jij, hoe je werkt.
En het blijft niet bij meelezen. Onderzoekers lieten vorig jaar zien dat een AI actief kennis uit medewerkers kan trekken, door net zo lang door te vragen tot ook het onuitgesproken vakmanschap op tafel ligt. In hun proef reconstrueerde het systeem de kennis van een team voor bijna 95 procent, zelfs zonder de enige echte specialist rechtstreeks te bevragen. Nu was dat een simulatie, geen praktijk, dus ik maak het niet groter dan het is. Maar de richting is duidelijk. Wat vandaag mijn eigen assistent slimmer maakt, kan straks net zo goed op de schaal van de hele organisatie werken. En dan verschuift het voordeel: van jou, die er tijd mee wint, naar de organisatie, die jouw kennis vasthoudt, ook als jij er allang niet meer werkt.
Van wie is wat jij weet?
Wat een ervaren verslaggever, it’er of eindredacteur in de vingers heeft, staat nergens opgeschreven. Het zit in het hoofd. Opgebouwd uit studies, uit boeken, uit samenwerkingen met collega’s en andere partners, en vooral uit jaren doen en fouten maken.
Wie een boek schrijft, legt zijn kennis vast en heeft auteursrecht. Dat boek is, in theorie, beschermd. Maar de collega die na twintig jaar precies aanvoelt wanneer een bron niet deugt, en dat nooit opschreef? Die heeft niets in handen. Zijn kennis zit in zijn hoofd, en kennis in het hoofd is van niemand en van iedereen tegelijk.
De Wet bescherming bedrijfsgeheimen zegt het met zoveel woorden: de ervaring en vaardigheden die je opdoet in je gewone werk zijn geen bedrijfsgeheim. Die neem je gewoon mee naar een volgende baan. En zelfs een echt bedrijfsgeheim is bewust geen eigendom. De wetgever wilde geen exclusief recht op kennis, want dat remt innovatie.
De wet zegt dus: jouw ervaring is van jou, die draag je met je mee. Maar een kennisbank doet iets nieuws. Die haalt de ervaring uit je hoofd, legt hem vast, en zet hem los van jou klaar en in de toekomst mogelijk voor de hele organisatie. Kennis die volgens de wet nooit bezit van de werkgever werd, wordt dat in de toekomst alsnog.
Zodra die kennis in een database staat, ontstaat er wel een eigendomsrecht. Het databankenrecht kan de verzameling als geheel beschermen, en dat recht ligt bij wie de investering droeg: de organisatie. Dezelfde kennis die los in je hoofd van niemand is, wordt geordend in een kennisbank ineens beschermd bezit van de zaak. En dat is precies wat er gebeurt. Je zet iets wat je niet kunt bezitten om in iets wat je wél bezit.
Doe je in je werk een uitvinding, dan komt het octrooi toe aan je werkgever, niet aan jou. Het enige wat altijd van jou blijft, is het recht om als bedenker genoemd te worden. Je naam dus, niet je vinding. En bij de kennis in je hoofd viel tot nu toe niets te verdelen. Die was gewoon van jou. Een kennisbank verandert precies dat.
The Borg
Wie de scifi-serie Star Trek kent, kent ‘The Borg’ zeker weten. Voor wie het niet kent: de Borg zijn een ras van half mens, half machine dat als één gedeeld bewustzijn door het heelal trekt. Ze veroveren andere volken niet om ze te overheersen, maar om ze op te nemen in dat collectief, inclusief alle kennis en kunde die ze bezitten. ‘Your distinctiveness will be added to our own.’ Samen weten we alles, en het individu doet er niet meer toe. Onze kennisbank is natuurlijk geen Borg-kubus. Niemand raakt zijn identiteit kwijt aan een database, maar de vergelijking valt duidelijk te maken als je eigen kennisrecht niet beschermd wordt. Wat houd jij over als jouw kennis eenmaal van iedereen is?
Wie beschermt de medewerker dan?
Dus wie beschermt de medewerker? Het eerlijke antwoord: voorlopig bijna niemand. De privacywet niet, want de AVG gaat over je persoonsgegevens, niet over je kennis. En het eigendomsrecht keert zich juist tegen je zodra de kennis is vastgelegd. Zo valt het waardevolste wat iemand meebrengt in een organisatie tussen wal en schip.
En dan de vraag die het ongemakkelijkst is: als mijn kennis eenmaal in het systeem zit, praat ik mezelf dan overbodig?
Je staat je kennis af zonder er iets voor terug te krijgen, en wordt daarna vervangbaar. In de Amerikaanse media, waar werknemers goed georganiseerd zijn, staat diezelfde angst al in de contracten. Tientallen cao’s bevatten inmiddels afspraken over AI, en bij uitgever staat zwart op wit dat AI niet mag leiden tot ontslag, tot het vullen van vacatures of tot minder loon. Precies de tegenhanger van het scenario: eerst je kennis, daarna je functie.
En de bescherming loopt achter in Nederland. De eerste cao’s met AI-afspraken zijn er net, maar die gaan vaak over hoe je AI gebruikt, over scholing en over auteursrecht. Niet over de vraag of jouw ervaring en kennis gebruikt mag worden. Europese vakbonden vragen om zeggenschap van werknemers over welke data wordt verzameld en waarvoor. In de journalistiek komen de eerste richtlijnen ook op. Maar een antwoord op deze precieze vraag, van wie de kennis is die een AI uit je trekt, heeft nog niemand.
Een AI die met onze eigen kennis werkt, geeft echt betere antwoorden. En de kennis van collega’s is te waardevol om te laten verdwijnen zodra iemand met pensioen gaat. Maar het is wel een reden om het bewust te doen.
We hebben nog niets besloten. We nemen deze vraag mee in het onderzoek naar hoe we het straks het beste kunnen toepassen. Een paar dingen staan voor mij daarbij wel voorop. Net als bij de AI Act zou ik voor de strengere lijn kiezen dan een wet mogelijk zal vragen. Niets de kennisbank in zonder dat de medewerker het weet en ermee instemt. De AI stelt voor, een mens beslist. En wat we uit een gesprek met een collega zouden optekenen, leggen we hem eerst voor. Dat lost de vraag van wie de kennis is niet op. Maar het legt het tenminste op tafel.
Tot slot
We zijn zo bezig met de vraag of het kan, en het kan steeds meer, dat we de vraag van wie het is bijna overslaan. Jouw ervaring is juridisch misschien van niemand. Dat betekent niet dat je haar zomaar mag verzamelen alsof ze van de zaak is.
We beginnen klein en concreet: bij de kennis die al ergens in de organisatie rondzwerft, in stijlboeken, beleidsstukken en handleidingen. Daarna misschien gesprekken met medewerkers, om vast te leggen wat nergens staat. En de grote stap, vastleggen wat alleen nog in iemands hoofd zit? Dat gesprek moeten we eerst met elkaar voeren.




Heel waardevol stuk Jaap. Zal het ook delen met mijn collega’s van P&O en onze ethische commissie waar ik zelf ook onderdeel van ben.
Overigens zijn we zelf deze contextlaag zelf ook aan het onderzoeken.
Heel waardevol stuk Jaap. Zal het ook delen met mijn collega’s van P&O en onze ethische commissie waar ik zelf ook onderdeel van ben.
Overigens zijn we zelf deze contextlaag zelf ook aan het onderzoeken.